Hierin wordt ondermeer goedgekeurd:
– dat verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting aan in Nederland gevestigde vennootschappen, die niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen, ongelimiteerd kunnen worden ingediend.
– dat bij de inkoop van (cumulatief) preferente aandelen waarop jaarlijks een vast dividend wordt uitgekeerd, de inflatiebijstelling achterwege blijft.

Inkoop beursgenoteerde aandelen
Voor de vrijgestelde inkoop van beursgenoteerde aandelen wordt als voorwaarde gesteld dat in het jaar van inkoop een dividend in contanten moet worden uitgekeerd dat ten minste gelijk is aan het gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in de vijf voorafgaande kalenderjaren. In de Wet op de dividendbelasting is opgenomen hoe dit gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten moet worden bepaald. Voor de berekening moeten de dividenduitkeringen van de zeven voorafgaande jaren worden gecorrigeerd met een inflatiebijstelling.

Inkoop (cumulatief) preferente aandelen
Bij de inkoop van (cumulatief) preferente aandelen waarop jaarlijks een vast dividend wordt uitgekeerd, heeft de correctie met de inflatiebijstelling echter tot gevolg dat niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan. De inflatiebijstelling leidt namelijk tot een hoger gemiddeld uitgekeerd dividend in contanten in de vijf voorafgaande kalenderjaren dan het vaste dividend in contanten dat in het jaar van inkoop op de (cumulatief) preferente aandelen wordt uitgekeerd.

Inflatiebijstelling
De staatssecretaris ziet dit als een onbedoeld gevolg van de inflatiebijstelling en keurt daarom goed dat de inflatiebijstelling achterwege blijft bij de inkoop van (cumulatief) preferente aandelen waarop jaarlijks een vast dividend wordt uitgekeerd.

Zie hier het besluit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *