Als administratiekantoor zijn wij geen voorstander van het afstaan van uw DigiD. Maar tot voor kort konden wij als intermediair geen inzage krijgen in alle relevante gegevens. Maar vanaf nu kunt u de registratie machtiging intermediair goedkeuren.

Zo heeft u als u inlogt met uw DigiD inzage in de vooraf ingevulde aangifte IB. Alle reeds bij de belastingdienst bekende gegevens die u dient aan te geven heeft de belastingdienst voor u al ingevuld. Maar met uw DigiD kunt u ook toeslagen regelen.

HeRa Finance, uw intermediair

Tot voor kort konden wij niet veel met deze informatie. De printjes konden we overnemen of we moesten 2 machtigingen aanvragen en gebruik maken van de software van de belastingdienst. Maar daarvoor zijn wij geen administratiekantoor geworden en professionele software gekocht.
Vanaf 2014 is het al mogelijk om de VIA (Vooraf Ingevulde Aangifte) te downloaden in mijn pakket en vanaf 2016 is het ook mogelijk om een terugkoppeling te krijgen van de toeslagen (toeslagen konden we aanvragen, maar we hadden geen inzage in de verleende toeslagen).

Elk jaar moeten wij apart aanvragen

Voor elk jaar dienen wij op dit moment 3 aanvragen te doen om gegevens die betrekking hebben op ons klanten van de belastingdienst teruggekoppeld te krijgen:
ServiceBerichten Aanslagen
Betreft: Activeren machtigingsregistraties Serviceberichten Aanslag voor uw Intermediair
U hoeft hier niets voor te doen, wij ontvangen vanaf dat moment (semi) automatisch een kopie van de door de belastingdienst opgelegde aanslagen. Desbetreffende formulieren hebben wij niet nodig. Wilt u op deze activatie enig moment stopzetten dan kunt u gebruik maken van de bijgevoegde envelop en formulier "Registratie machtiging intermediair afwijzen of intrekken".

ServiceBerichten Toeslagen
Betreft: Uw Intermediair wil serviceberichten over uw toeslagen ontvangen

Actie (zie hieronder) is vereist, wij ontvangen na activatie (semi) automatisch een kopie van de door de belastingdienst vastgestelde toeslagen. Wilt u op deze activatie enig moment stopzetten dan kunt u gebruik maken van de intrekkingscode vermeld op de achterzijde van de brief. Het formulier "Registratie machtiging intermediair goedkeuren" hebben wij nodig.

Vooraf Ingevulde Aangifte
Betreft: Uw Intermediair wil gegevens van de vooraf ingevulde aangifte gebruiken

Actie (zie hieronder) is vereist, wij ontvangen na activatie (semi) automatisch een kopie van de reeds bij de belastingdienst bekende gegevens omtrent uw loon, WOZ-waarde van uw woning, hypotheekgegevens en banksaldi. Wilt u op deze activatie enig moment stopzetten dan kunt u gebruik maken van de intrekkingscode vermeld op de achterzijde van de brief. Het formulier "Registratie machtiging intermediair goedkeuren" hebben wij nodig.

Formulier: Registratie machtiging intermediair goedkeuren

De op dit formulier vermelde activeringscode hebben wij nodig. Echter deze code is beperkt geldig, tot ongeveer 6 weken nadat u deze heeft ontvangen.
Wat dient u te doen, u scant deze brief, stuurt deze op of geeft deze aan ons op.
U kunt ook de activeringscode telefonisch doorgeven (op risico dat we hier op terug moeten komen als de activering mislukt).
Na activering hiervan zijn wij in staat om u nog beter van dienst te zijn.

Wees niet bang voor blauwe brieven want sommige maakt uw leven ook makkelijker

De maand december is alweer begonnen, een maand met vele feestdagen, verplichtingen, etc. Maar ook een maand om te kijken naar het afgelopen jaar en strategie te bepalen voor de (nabije) toekomst. Het is ook een maand waarin veel advieskantoren eindejaarstips verspreiden over wat “fiscaal” handig is. Zelf ben ik nooit zo’n voorstander van fiscaal aangedreven tips, want economisch gezien betekent het altijd een uitgave (€ 1.000,- uitgeven om maximaal 52% IB terug te krijgen is per saldo nog steeds economisch een last).

Maar toch wil ik zo vrij zijn om u enkele overwegingen mee te geven, eindejaarstips die u wellicht dit jaar of later een voordeel oplevert.

  1. Schenken, indien uw vermogen dat toelaat
    In Nederland dient er erfbelasting afgedragen te worden over het vermogen van de overledene. Door jaarlijks gebruik te maken van de vrijstelling bij schenkingen, kunt u al snel 21,2% belasting besparen over het bedrag dat u geschonken heeft.
  2. Hypotheekrente vooruitbetalen, indien u volgend jaar een lager belastingtarief verwacht
    Verwacht u volgend jaar een lager inkomen (u gaat met pensioen of u wilt starten met een onderneming of anderszins) kunt u overwegen om hypotheekrente vooruit te betalen. Dit levert u al snel een voordeel op van 11,2%.

Bovenstaande eindejaarstips kunnen u economisch juist een voordeel opleveren, aangezien die uitgaven vroeg of laat toch wel gedaan worden. Door te plannen kan u echter juist flinke voordelen verkrijgen.
Bent u ondernemer dan kan het handig zijn om te kijken naar de resultaten tot en met november. Wellicht is er veel voordeel te behalen bij de verschillende belastingafdrachten. Heeft u daarbij hulp nodig, dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor.

Als belastingplichtige moet u digitaal aangiften en opgaven doen. Maar digitaal kunt u dan ook meerdere zaken regelen, zoals toeslagen aanvragen en rekeningnummers wijzigen. Als u uw DigiD afgeeft aan derden, kunt u dus met onaangename verrassingen geconfronteerd worden. WEES GEWAARSCHUWD en lees hoe het werkt.

HOE KUNT U DIGITAAL AANGIFTEN VERZORGEN

U kunt op verschillende manieren digitaal aangifte doen:
• Via de internetsite van de belastingdienst
• Met (eigen) aangifte- of administratiesoftware
• Via een fiscaal intermediair, zoals fiscalist / administratiekantoor
De meeste fiscaal intermediairs verzorgen de aangifte via eigen aangifte- of administratiesoftware

VEILIG DIGITAAL AANGIFTE DOEN

Belangrijk bij de digitale communicatie tussen u en de belastingdienst is de beveiliging van die communicatie. De beveiliging zorgt ervoor dat:
• De afzender degene is die hij zegt te zijn
• Niemand anders de berichten kan lezen
• Niemand de berichten kan wijzigen

Dat de afzender degene is die hij zegt te zijn, wordt o.a. geregeld door de ondertekening van de digitale aangifte. Ondertekening bij aangifte met (eigen) aangifte- of administratiesoftware geschiedt met een digitaal certificaat. Ondertekening bij aangifte via de internetsite van de belastingdienst geschiedt via DigiD (particulier) of gebruikersnaam en wachtwoord (ondernemers).

BESTEED U DE AANGIFTEN UIT?

Als u uw aangiften laat verzorgen door een fiscaal intermediair, is het verstandig om goede afspraken te maken. U blijft namelijk zelf verantwoordelijk voor uw aangifte.

GEEF UW DIGID/GEBRUIKERSNAMEN/WACHTWOORDEN NOOIT AF!

Uw gebruikersnamen en wachtwoorden zijn persoonlijk. Fiscaal intermediairs hebben deze niet nodig. Geeft u ze wel af, dan kan u in het slechtste
geval slachtoffer worden van toeslagenfraude (wanneer iemand anders toeslagen aanvraagt en incasseert die u dan later wel moet terugbetalen).
Voorkom verrassingen met deze tip. U geeft per slot van rekening toch ook niet uw bankpas met pincode af aan derden?

Aangifte IB

Duur zeker? Zekers niet!

Voor een vast (laag) tarief ontzorgen wij u van uw aangifte verplichting

Meer informatie treft u hier aan

De margeregeling

Als handelaar kan het voorkomen dat u inkoopt van particulieren en vervolgens ook verkoopt aan particulieren.

Aangezien u van deze aankopen de BTW niet kan terugvorderen, heeft u bij een verkoop een nadeel aangezien daar BTW over afgedragen moet worden. Om dit nadeel te verminderen, is er de zogenoemde margeregeling. Deze regeling voorkomt cumulatie van btw als goederen die al eerder zijn geleverd aan een niet-aftrekgerechtigde afnemer, terugkeren in het handelscircuit. Zonder de margeregeling zou bij wederverkoop opnieuw belasting geheven worden over de gehele vergoeding, terwijl in die vergoeding een restant van de eerder geheven btw is begrepen. De margeregeling houdt in dat bij de levering van deze goederen de leverancier alleen btw verschuldigd is over zijn winstmarge.

Bekijk hieronder de margeregeling zoals die is opgenomen in besluit BLKB 2014-546M (geldig per 26-07-2014).
[su_document url="http://fiscalewegwijs.nl/wp-content/uploads/2014/08/stcrt-2014-546M-Margeregeling.pdf"]

Als u zonnepanelen heeft aangeschaft en met deze zonnepanelen regelmatig en tegen vergoeding stroom levert aan uw energiebedrijf dan bent u een BTW ondernemer.

Moet ik me melden als BTW ondernemer?

Nee, als u geen teruggaaf van de BTW op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen verzoekt en als u als zonnepaneeleigenaar per saldo per jaar minder BTW hoeft af te dragen dan € 1.345,-
Ja, als u de teruggaaf van de BTW op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen wilt verzoeken.

Let op: U dient zich tijdig als BTW ondernemer te melden. U heeft zich tijdig gemeld als u zich als ondernemer heeft aangemeld binnen een maand na afloop van het kwartaal waarin het recht op aftrek is ontstaan.

Voor de bepaling van de teruggaaf van de BTW is van belang of de zonnepanelen tevens tegelijkertijd de functie van dakbedekking vervult.

Hoe nu verder?

Indien u aangemeld wilt worden als BTW ondernemer, dan kunnen wij dit voor u uitvoeren. Wij berekenen hiervoor éénmalig een tarief van € 75,- excl BTW, indien u ook de aangifte IB door ons laat uitvoeren (a € 50,- excl BTW) dan krijgt u een speciaal tarief van € 100,- berekend.

Indien u uw huis op enig moment verkoopt en u laat de zonnepanelen achter, dan levert u feitelijk een belaste prestatie. Dit kan fiscale consequenties krijgen.

Verlegging bij uitvoeren van werken van stoffelijke aard met betrekking tot onroerende zaken

Bij het uitvoeren van werken van stoffelijke aard die betrekking hebben op onroerende zaken wordt de heffing van de belasting verlegd. De belastingheffing wordt verlegd in de relatie tussen onderaannemer en aannemer (waaronder de eigenbouwer) en de relatie tussen uitlener en inlener van personeel. Voor de uitleg van de term ‘werk van stoffelijke aard’ uit artikel 24b, eerste lid, onderdeel b, van het uitvoeringsbesluit is artikel 35, tweede lid, van de Invorderingswet beslissend. Het begrip ‘werk van stoffelijke aard’ omvat niet alleen de werkzaamheden die betrekking hebben op het opleveren van nieuw vervaardigde onroerende zaken, maar ook werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van het onderhoud aan onroerende zaken. Het uitvoeren van ‘werken van stoffelijke aard’ omvat bijvoorbeeld niet alleen het aanleggen van nieuwe tuinen, maar ook het plegen van onderhoud aan tuinen. Een ander voorbeeld van een werk van stoffelijke aard is het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden met betrekking tot zowel oude als nieuwe onroerende zaken.

[su_button url="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-11140.html" target="blank" background="#79b708" size="5" wide="yes" icon="http://herafinance.nl/wp-content/uploads/2013/09/Image_Paper_Download_32.png" desc="Bekijk het document"]Bron[/su_button]

Hoe werkt BTW verleggen?

Bij de verleggingsregeling is de btw verlegd van de leverancier naar de afnemer. De leverancier brengt geen btw in rekening, maar verlegt de btw naar de ondernemer die goederen of diensten van hem afneemt. De leverancier vermeldt de vergoeding waarover de btw is verlegd in zijn btw-aangifte. De afnemer vermeldt de vergoeding en de btw die naar hem is verlegd in zijn btw-aangifte. href="http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/btw/btw_berekenen_aan_uw_klanten/waarover_btw_berekenen/verleggingsregeling/hoe_werkt_btw_verleggen"]

Facturen
Verlegt u btw naar een andere ondernemer? Dan brengt u geen btw in rekening, maar zet u op de factuur 'btw verlegd'. Daarnaast vermeldt u het btw-nummer van de afnemer op de factuur.

Btw-aangifte doen
Bij verlegging van btw moet u de btw-aangifte als volgt invullen:

  • Er is btw naar u verlegd.
    In uw btw-aangifte vult u in hoeveel btw er naar u is verlegd. U rekent dit uit op basis van de facturen waarbij de btw naar u is verlegd. U vult de vergoeding en het btw-bedrag in bij rubriek 2 'Verleggingsregelingen binnenland', of bij rubriek 4 'Prestaties uit het buitenland aan u verricht'.
  • U hebt btw verlegd.
    In uw btw-aangifte vult u in voor welke omzet u btw hebt verlegd. U doet dit bij rubriek 1 'Prestaties binnenland', of bij rubriek 3 'Prestaties naar of in het buitenland'.

Btw aftrekken
Is er btw naar u verlegd, voor goederen of diensten die u gebruikt voor belaste bedrijfsactiviteiten? Dan mag u de verlegde btw aftrekken. U vult de verlegde btw en de aftrekbare btw in in dezelfde btw-aangifte. Per saldo betaalt u dan niets.

Hebt u btw verlegd? En hebt u uitgaven gedaan voor deze werkzaamheden? Dan kunt u de btw die u hierover hebt betaald, aftrekken als voorbelasting.

[su_box title="De verleggingsregeling bij onderaanneming en uitlening van personeel" style="soft" box_color="#79b708"]De belastingdienst heeft een brochure gemaakt waarin de verleggingsregeling wordt uitgelegd.[/su_box]
[su_document url="http://herafinance.nl/wp-content/uploads/2013/11/De-verleggingsregeling.pdf"]

Schenkbelasting

(Tijdelijke) verruiming van de vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning

De vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning:

  • kan vanaf 29-10-2012 ook worden toegepast voor de aflossing van de restschuld verveemding eigen woning
  • wordt verhoogd tot € 100.000,- voor de periode 01-10-2013 t/m 31-12-2013 voor schenkingen voor de eigen woning, waarbij de beperking dat het gaat om een schenking van een ouder aan een kind tussen 18 en 40 jaar vervald.

Lijst van afkortingen:
Successiewet: Successiewet 1956

Schenking voor de eigen woning

Schenking van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste of derde lid, van de Wet IB 2001 of de schenking van een bedrag ter zake van de verwerving van een zodanige eigen woning, ter zake van de kosten voor verbetering of onderhoud van die woning, ter zake van de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning dan wel voor de aflossing van een eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a van de Wet IB 2001 of voor de aflossing van een restschuld vervreemde eigen woning

Restschuld vervreemde eigen woning

Restschuld als bedoeld in artikel 3.120a van de Wet IB 2001 waarvan de renten en kosten worden aangemerkt als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning als bedoeld in artikel 3.120 van die wet

Goedkeuring voor schenking voor aflossing restschuld vervreemde eigen woning

De verhoogde vrijstelling van artikel 33 onderdelen 5 en 6 van de Successiewet geldt ook voor de schenking aan een kind voor de aflossing van zijn restschuld vervreemde eigen woning.
De goedkeuring geldt onder de volgende voorwaarden:

  • De schenking is gedaan op of na 29 oktober 2012.
  • De schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat het kind met het gehele bedrag van de schenking zijn restschuld vervreemde eigen woning, of een deel van die restschuld, heeft afgelost.

Goedkeuring voor verruiming vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning

De vrijstelling van artikel 33 onderdelen 5, 6 en 7 van de Successiewet wordt verhoogd tot een bedrag van € 100.000,- (dit geldt derhalve ook voor de hierboven vermelde goedkeuring).
De goedkeuring geldt onder de volgende voorwaarden:

  • De schenking betreft een schenking voor de eigen woning in de periode 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013.
  • In de aangifte schenkbelasting wordt een beroep op deze verruimde vrijstelling gedaan.
  • De voorwaarden van artikel 5 van de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting zijn van overeenkomstige toepassing. Voor een schenking voor de aflossing van de restschuld vervreemde eigen woning geldt dat de schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat de begiftigde met het gehele bedrag van de schenking zijn restschuld vervreemde eigen woning, of een deel van die restschuld, heeft afgelost.
  • Als de schenking is verkregen van de ouders, wordt het door de goedkeuring van schenkbelasting vrijgestelde bedrag verminderd met de bedragen waarvoor de verhoogde vrijstelling, bedoeld in artikel 33, aanhef en onderdelen 5° en 6°, van de Successiewet, op enig moment reeds door het kind is toegepast.

Bron

Inmiddels is de wetswijziging ingetreden en kan het woordje tijdelijk geschrapt worden

[su_heading size="30"]Lening eigen woning[/su_heading]

Op 1 januari 2013 zijn de regels voor de renteaftrek van de eigenwoningschuld (hypotheekrenteaftrek) veranderd. U mag voor nieuwe leningen alleen rente aftrekken als u de lening aflost. Had u vóór 1 januari 2013 al een hypotheek of lening? Dan mag u de rente blijven aftrekken, en bent niet verplicht om af te lossen.

Wanneer verplicht aflossen?

Om de rente af te mogen trekken, bent u in de volgende situaties verplicht de lening af te lossen:

  • U sluit voor het eerst een hypotheek of lening af.
  • U verhoogt uw bestaande hypotheek of lening, bijvoorbeeld voor een verbouwing.
    Had u op 31 december 2012 al een eigenwoningschuld? Dan geldt de aflossingsverplichting alleen voor het extra bedrag dat u leent.

 

U moet de lening aflossen in maximaal 30 jaar (360 maanden), en ten minste annuïtair. Dit betekent dat u maandelijks een vast bedrag betaalt, dat bestaat uit rente en aflossing. Ook als u lineair aflost hebt u recht op renteaftrek. U kunt met het hulpmiddel Aflossing annuïteitenlening kijken of u aan de aflossingsvoorwaarden voldoet.

Wanneer niet verplicht aflossen?

In de volgende situaties geldt de aflossingseis niet:

  • U sluit een starterslening af.
  • U gaat uw hypotheek oversluiten.
  • U hebt in 2012 een onherroepelijke schriftelijke overeenkomst gesloten voor de aankoop, onderhoud of verbetering van uw woning, maar u sluit pas in 2013 een lening af. De verbouwing of verbetering moet in 2013 zijn afgerond.
  • U hebt in 2012 een eigen woning verkocht, en koopt in 2013 opnieuw een eigen woning:
    Tot het bedrag van de oude eigenwoningschuld bent u niet verplicht af te lossen.

Bijzondere situaties

Geldt voor u een van de onderstaande situaties? Kijk dan wat dit voor u betekent.

Bron

[su_heading size="30" align="left"]Lening eigen woning bij familie, uw bv of buitenlandse bank[/su_heading]

Sluit u een lening af voor uw eigen woning bij iemand die niet verplicht is om gegevens aan ons door te geven? Bijvoorbeeld een familielid, uw bv of een niet in Nederland gevestigde bank. En bent u verplicht de lening af te lossen om renteaftrek te krijgen? Dan moet u de gegevens over uw lening zelf aan ons doorgeven. Doet u dit niet? Dan hebt u geen recht op (hypotheek)renteaftrek.

Gegevens van uw lening

Als u een lening afsluit bij een bank of een andere financiële instelling, dan zijn zij verplicht om de gegevens over uw lening voor de eigen woning aan ons door te geven. U kunt een lening hebben afgesloten met een instelling of persoon die niet verplicht is ons gegevens aan te leveren. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn: banken die niet in Nederland gevestigd zijn, of een familielid, of uw bv. Hebt u geld geleend bij iemand of een instelling die niet verplicht is om ons gegevens door te geven? Dan moet u ons zelf een aantal gegevens doorgeven.

Gegevens die wij willen hebben zijn bijvoorbeeld:

  • de naam en adresgegevens van u en de geldlener
  • uw burgerservicenummer/sofinummer
  • de startdatum van de lening
  • de hoogte van het bedrag
  • de looptijd in maanden
  • het rentepercentage
  • de manier van aflossen (annuïtair of lineair)

Hoe geeft u de gegevens door?

U geeft de gegevens door met het formulier 'Opgaaf lening eigen woning'. U hebt hiervoor een DigiD nodig.

Hebt u geen DigiD en kunt u die ook niet aanvragen? Dan kunt u dit formulier niet gebruiken. In 2014 komt hiervoor een oplossing.

Twijfelt u of u het formulier moet gebruiken? U kunt het beslismodel gebruiken om te bepalen of u uw lening aan ons moet doorgeven

Wanneer geeft u de gegevens door?

U moet de gegevens insturen als u aangifte doet over het jaar waarin u de overeenkomst afsloot, maar uiterlijk voor 31 december van het jaar na het jaar waarin u de (hypothecaire) lening hebt afgesloten.

Voorbeeld

U hebt in 2013 een lening afgesloten. Dan stuurt u de gegevens op als u aangifte doet over 2013. Hebt u uitstel voor het doen van uw aangifte en hoeft u pas in 2015 aangifte te doen? Dan moet u de gegevens uiterlijk 31 december 2014 hebben opgestuurd.

Als er tijdens de looptijd van de lening eigen woning iets wijzigt in de gegevens die u hebt ingestuurd, dan geeft u dat door binnen een maand na het einde van het jaar waarin de wijziging plaatsvond.

Bron

Wanneer u in loondienst bent bouwt u (in de meeste gevallen) via uw werkgever een pensioen op. Uw werkgever houdt een gedeelte van uw loon in, zet dit apart en keert dit uit wanneer u de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. Het gedeelte dat apart gezet wordt behoort bovendien niet tot het loon en daar hoeft dus ook geen loonbelasting over betaald te worden. Pas bij uitkering van het pensioen moet u hierover belasting betalen.

Wanneer u een eigen bedrijf hebt (een eenmanszaak) dan bouwt u niet automatisch een pensioen op. U zult dus nu zelf moeten gaan nadenken over later. De belastingdienst biedt u hier een mooie mogelijkheid voor: de fiscale oudedagsreserve (FOR). Aan de hand van een voorbeeld zal ik uitleggen hoe de FOR werkt en wat de voorwaarden zijn.

Stel: u behaalt in het jaar 2011 een winst van € 40.000. U wilt ook na uw pensioen zeker zijn van extra inkomen bovenop uw AOW. De belastingdienst biedt de mogelijkheid om nu alvast geld opzij te zetten. U mag 12% van uw winst opzij zetten (met een maximum van € 9.542 in 2012). In dit voorbeeld is dit dan € 4.800 (=12% van € 40.000).

Uw belastbare bedrag in 2011 is nu niet € 40.000 maar € 40.000 - € 4.800 = € 35.200. Op uw balans neemt u nu een post Fiscale Oudedagsreserve op ter waarde van € 4.800. Wanneer u dit jarenlang doet kunt u dus een flinke voorziening opbouwen voor later en tegelijkertijd belastingbetaling uitstellen.

Wat is het nadeel van het opbouwen van een FOR? Het lijkt erop alsof u belasting bespaart. Toch is dit niet zo. Wanneer u uw voorziening uitkeert moet u nog steeds belasting betalen. U bent immers verplicht om over het bedrag dat is opgenomen belasting te betalen. Waarom dan niet direct belasting betalen maar toch gebruik maken van de FOR?

Ten eerste hoeft u niet nu al te betalen waardoor u geld in uw onderneming houdt en dus ruimer bij kas zit. Daarnaast is uw inkomen na uw pensioen misschien lager dan nu en zult u dus in een lagere belastingschijf terecht komen en bespaart u dus alsnog een beetje belasting.

Welke vereisten zijn er voor het opnemen van een FOR?

  • U moet ondernemer zijn voor de belastingdienst en recht hebben op de zelfstandigenaftrek (u moet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur);
  • U mag nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt;
  • U moet wel winst maken, bij verlies mag u niets toevoegen;
  • Uw totale oudedagsreserve mag niet hoger zijn dan uw bedrijfsvermogen;
  • U moet de FOR opnemen op uw balans;
  • De FOR is persoonlijk. Wanneer uw partner meewerkt, kan deze ook een eigen FOR opnemen;
  • De FOR mag worden verdeeld over meerdere ondernemingen, zolang er maar niet meer dan het maximum van € 9.542 wordt toegevoegd.

 

 

Bron:

Belastingdienst

De staatssecretaris heeft antwoorden gegeven op vragen over de verhoging van het btw-tarief van 19% naar 21%.

Vanaf 1 oktober 2012 wordt het algemene btw-tarief verhoogd naar 21%.

Mede naar aanleiding van de overgangsregelingen zijn hierover vragen gesteld. Deze vragen en de daarop gegeven antwoorden vindt u hieronder:
Mogen ondernemers voor prestaties die zij verrichten na 30 september 2012 reeds voor 1 oktober 2012 btw factureren naar het tarief van 21%?
Ja. Om te voorkomen dat ondernemers aanvullende factureren voor het verschil tussen 19% en 21% moeten uitreiken mogen ondernemers voor prestaties die zij verrichten na 30 september 2012 en die onder het 21% tarief vallen reeds voor 1 oktober 2012 btw factureren naar het tarief van 21%. De ondernemer die de prestatie afneemt mag die 21% conform de regels voor het recht op aftrek in aftrek brengen.

Onder welke rubriekpost op het aangifteformulier dient het 21% tarief te worden opgenomen tot 1 oktober 2012?
Als voor prestaties die na 30 september 2012 verricht worden voor 1 oktober 2012 een factuur wordt uitgereikt met 21% btw dan kan deze btw opgenomen worden in rubriek 1c van het aangifteformulier. Indien het aangeven in rubriek 1c problematisch is voor de ondernemer dan mag hij er voor kiezen dat wordt aangegeven in rubriek 1a (momenteel 19%). Met ingang van 1 oktober 2012 moet het algemene btw-tarief van 21% gewoon weer in rubriek 1a van het aangifteformulier aangegeven worden. Dit is de rubriek waar tot 1 oktober 2012 het 19% btw-tarief moet worden aangegeven en dat vanaf 1 oktober 2012 wordt aangeduid met “hoog tarief”.

Welk tarief is van toepassing bij doorlopende prestaties die zijn aangevangen vóór 1 oktober 2012 en eindigen na 30 september 2012?
Als de afrekening voor doorlopende prestaties betrekking heeft op een periode die eindigt na 30 september 2012 moet de afrekenperiode worden gesplitst. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt vóór 1 oktober 2012 geldt het oude tarief van 19%. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt ná 30 september 2012 geldt het nieuwe tarief van 21% Hierbij valt te denken aan het verlenen van licenties, abonnementen op leveringen van bijvoorbeeld gas, elektriciteit en water en telecommunicatiediensten.

Hoe dient de correctie in verband met de btw verhoging van 19 naar 21% over de periode 1 oktober tot en met 31 december 2012 bij doorlopende prestaties plaats te vinden?
Voor het deel van de (doorlopende) prestatie dat plaatsvindt ná 30 september 2012 moet in beginsel bij prestaties aan ondernemers en rechtspersonen een aanvullende factuur uitgereikt worden met 21% btw. Als een ondernemer begin 2013 een “jaarfactuur” uitreikt over het jaar 2013 dan kan hij om administratieve redenen er voor kiezen op deze factuur mede de extra verschuldigde btw over het laatste kwartaal van 2012 in rekening te brengen. Op deze factuur kan de “2012 btw” vermeld worden als “na gefactureerde btw 2012”. De ondernemer moet de extra verschuldigde btw wel voldoen over het tijdvak oktober 2012.

Op welk moment kan worden aangenomen dat de dienst is afgerond bij onderhouds- en serviceabonnementen voor cv-installaties, liften e.d.?
Met de klant worden afspraken gemaakt over onderhoudswerkzaamheden aan cv-installaties die nodig zijn voor de veiligheid en het ongestoord functioneren van de cv. Vaak worden hiervoor zogenoemde onderhoudsabonnementen afgesloten. Als daarnaast ook afspraken worden gemaakt waarbij de ondernemer zich, tegen een relatief geringe (extra) vergoeding, verplicht om binnen een bepaalde termijn (meestal 24 uur) een storing te verhelpen worden dit meestal serviceabonnementen genoemd. Kenmerkend aan de hier bedoelde overeenkomsten is dat in alle gevallen eenmaal per jaar onderhoudswerkzaamheden aan de installatie worden verricht. Het moment waarop de vergoeding wordt betaald kan variëren van een eenmalige vooruitbetaling, betaling in termijnen of zodra de onderhoudswerkzaamheden zijn verricht. Zowel bij de hiervoor bedoelde onderhoudsabonnementen als de serviceabonnementen is de onderhoudsdienst de hoofdprestatie (hetgeen onder andere tot uitdrukking komt in de prijs van het abonnement). Het moment waarop de onderhoudsdienst is afgerond is daarom bepalend voor het antwoord op de vraag of het algemene tarief van 19% of 21% van toepassing is. Hierbij is niet van belang op welke wijze de vergoeding (vooraf, in termijnen of na afloop) wordt betaald.

Vaak worden service- en onderhoudsabonnementen in termijnen betaald of ze zijn al vooraf betaald (lees: ook al gefactureerd) in januari. Is het juist dat als de onderhoudsbeurt plaatsvindt na 30 september 2012 de ondernemer nog extra 2% verschuldigd is als gefactureerd is en betaling al heeft plaatsgevonden tegen 19%?
Ja, zie het antwoord bij 3. Het moment waarop de prestatie wordt verricht is beslissend. Opgemerkt wordt nog dat het opmaken van de factuur als zodanig irrelevant is. Als bijvoorbeeld de prestatie vóór 1 oktober 2012 wordt verricht en de factuur wordt opgemaakt ná die datum is toch het 19% tarief van toepassing.

Overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen. Wat wordt bedoeld met “een gesloten overeenkomst”? Indien nog opschortende voorwaarden gelden valt deze overeenkomst dan wel al onder de werking van de overgangsregeling of pas vanaf het moment dat de opschortende voorwaarden zijn uitgewerkt?
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan (artikel 6:213 van het Burgerlijk Wetboek). Van belang is dat de (koop/aannemings)overeenkomst vóór 28 april 2012 is gesloten. Niet van belang is of er opschortende dan wel ontbindende voorwaarden zijn opgenomen in deze overeenkomst.

Hoe zit het met gemengde objecten (woning versus bedrijfsgedeelte)? Geldt de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen alleen voor het woongedeelte en niet voor het bedrijfsgedeelte?
Panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt (bijvoorbeeld woon/winkelpanden) mogen in hun geheel als woning worden aangemerkt. Daarbij geldt de voorwaarde dat die panden voor meer dan 50% voor particuliere bewoning worden gebruikt. Bij een percentage van 50% of minder mag het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt voor de toepassing van het tarief worden afgesplitst. In dit laatste geval is de overgangsregeling alleen van toepassing op het woongedeelte.

Worden er eisen gesteld aan de verkrijger van de woning? (particulier?)
Nee, er worden geen eisen gesteld aan de verkrijger van de woning.

Hoe dient men te handelen bij de overgangsregelingen voor onroerende zaken en aangekochte nieuwbouwwoningen bij meerwerk?Meerwerk
In het kader van de uitvoering van een koop/aanneemovereenkomst is het vaak mogelijk zgn. meerwerk te laten uitvoeren. Veel koop/aanneemovereenkomsten bepalen terzake dat de opdrachtgever bij het verstrekken van de opdracht tot meerwerk direct een bedrag moet betalen ter grootte van een bepaald percentage, bijvoorbeeld 50%, van de vergoeding voor dat meerwerk.
Overgangsregeling onroerende zaken
Als de opdracht tot het verrichten van het hier bedoelde meerwerk wordt verstrekt vóór 1 oktober 2012, kan het daarbij direct te betalen bedrag worden beschouwd als een op dat tijdstip vervallen termijn. Daarvoor geldt dan dus het 19% tarief.
Overgangsregeling nieuwbouwwoningen
Als de opdracht tot het verrichten van het hier bedoelde meerwerk is verstrekt vóór 28 april 2012 (dus als onderdeel van de koop/aanneemovereenkomst voor de bouw van een nieuwbouwwoning) en de betaling daarvan in één of meer termijnen gedaan wordt vóór 1 oktober 2013 geldt het 19% tarief.

Een particulier heeft vóór 28 april 2012 een bouwkavel gekocht. Er is (nog) geen aannemingsovereenkomst overeengekomen voor de bouw van een nieuwbouwwoning. Is de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen ook van toepassing op de aankoop van een bouwkavel?
Nee, de overgangsregeling geldt niet. De overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen is slechts van toepassing als een ondernemer ingevolge een vóór 28 april 2012 gesloten koop/aannemingsovereenkomst ná 30 september 2012 een woning levert. De datum van 28 april 2012 is in die zin een fatale termijn. Als er vóór die datum geen
koop/aannemingsovereenkomst is gesloten voor de bouw van een nieuwbouwwoning is de overgangsregeling niet van toepassing.

Geldt de overgangsregeling voor onroerende zaken ook voor apart overeengekomen verbouwingen (zoals het plaatsen van een keuken of badkamer) waarbij de vergoeding vervalt in termijnen naarmate de verbouwing vordert?
Ja, de overgangsregeling voor onroerende zaken geldt ook voor apart overeengekomen verbouwingen waarbij de vergoeding vervalt in termijnen naarmate de verbouwing vordert. Dit geldt echter niet voor diensten bestaande in het verrichten van onderhouds- of herstelwerkzaamheden. Als zodanig zijn in dit verband aan te merken werkzaamheden die (vrijwel) uitsluitend gericht zijn op de instandhouding van de zaak, zoals het vervangen van kozijnen of dakgoten en het vernieuwen van dakbedekking. Van verbouwing is slechts sprake, als de werkzaamheden gericht zijn op een verandering van de inrichting, de aard of de omvang van de zaak. Dat is bij woningen bijvoorbeeld het geval bij veranderingen aan/het plaatsen van keukens en badkamers, het aanbouwen van een serre en het aanbrengen van een dakkapel. Ingeval in het kader van de uitvoering van een en hetzelfde contract naast verbouwingswerkzaamheden tevens werkzaamheden worden verricht die van belang zijn voor de instandhouding van de zaak, zodat het contract in zoverre mede een element van onderhoud of herstel in zich draagt, is niettemin het geheel aan te merken als verbouwing, mits de werkzaamheden als geheel niet (vrijwel) uitsluitend gericht zijn op de instandhouding van de zaak. Er behoeft alsdan geen splitsing te worden gemaakt: deovergangsregeling kan worden toegepast op de verbouwing als geheel. Daarbij wordt aangenomen dat de ondernemer dan ook het 19%-tarief berekent aan de klant.

Heeft de verhoging van het algemene btw-tarief gevolgen voor de wijze van verrekenen van negatieve tijdvak- en jaarwinstmarges bij toepassing van de globalisatieregeling bij de margeregeling?
Nee, er hoeft bij het verrekenen van negatieve tijdvak- en jaarwinstmarges geen rekening te worden gehouden met de tariefsverhoging.

Hoe wordt bij toepassing van de globalisatieregeling bij de margeregeling na afloop van het kalenderjaar 2012 de btw berekend over de voor 2012 vastgestelde winstmarge voor goederen waarop het algemeen tarief van toepassing is?
De btw over de jaarwinstmarge 2012 voor goederen waarvoor het algemeen tarief van toepassing is moet tijdsevenredig worden berekend. Dat wil zeggen dat voor ¾ van de jaarwinstmarge het 19%-tarief geldt en voor ¼ van de jaarwinstmarge het 21%-tarief.

Klopt het dat er twee verschillende overgangsregelingen zijn voor de (op)levering van onroerende zaken?
Ja, dat is juist. Er is een algemene overgangsregeling getroffen voor de (op)levering van onroerende zaken. Daarnaast is er een specifieke overgangsregeling getroffen voor de (op)levering van aangekochte nieuwbouwwoningen.

Overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen. Vóór 28 april 2012 heeft een particulier een koop/aanneemovereenkomst gesloten met een aannemer voor de bouw van een nieuwbouwwoning die na 30 september 2012 wordt opgeleverd. Deze aannemer gaat vervolgens failliet. De particulier vindt een nieuwe aannemer die bereid is de woning af te bouwen. Blijft de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen van toepassing?
Ja, de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen blijft van toepassing als de nieuwe aannemer de rechten en verplichtingen overneemt die voortvloeien uit de vóór 28 april 2012 gesloten koop/aanneemovereenkomst tussen de particulier en de failliete aannemer.

Klopt het dat ook verbouwingen (zoals het aanbouwen van een serre en het aanbrengen van een dakkapel) van bestaande woningen onder de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen kunnen vallen als de overeenkomst vóór 28 april 2012 is gesloten, de levering tussen 1 oktober 2012 en 1 oktober 2013 plaatsvindt en de vergoeding in termijnen vervalt?
Nee, voor verbouwingen van bestaande woningen geldt de overgangsregeling voor de (op)levering van aangekochte nieuwbouwwoningen niet. Deze overgangsregeling voor nieuwbouwwoningen geldt alleen voor de (op)leveringen van nieuwbouwwoningen. De overgangsregeling voor onroerende zaken geldt daarentegen wel voor verbouwingen van bestaande woningen.

In de situatie dat een ondernemer ingevolge een vóór 1 oktober 2012 gesloten overeenkomst na 30 september 2012 een dakkapel heeft aangebracht tegen een vergoeding die in termijnen vervalt naarmate de verbouwing vordert betekent dit het volgende. Op de termijnen die op grond van de gesloten overeenkomst vóór 1 oktober 2012 zijn vervallen is het 19%-tarief van toepassing. Op de termijnen die na 30 september 2012 vervallen is het 21%-tarief van toepassing.

Een particulier koopt op 20 september 2012 een keuken bij een ondernemer. Partijen komen overeen dat de ondernemer op 1 november 2012 de keuken zal leveren en monteren in de woning van de particulier. De particulier doet een aanbetaling van 15% van de koopprijs. Het restant wordt betaald op 1 november 2012 nadat de keuken is gemonteerd. Is de aanbetaling van 15% aan te merken als een vervallen termijn waarop het 19%-tarief van toepassing is?
Nee, voorwaarde voor toepassing van de overgangsregeling voor onroerende zaken is dat op basis van een vóór 1 oktober 2012 gesloten overeenkomst termijnen vervallen naarmate de verbouwing vordert. Nu de keuken op 1 november 2012 wordt geleverd en gemonteerd wordt aan deze voorwaarde niet voldaan. Op de volledige koopprijs is het 21%-tarief van toepassing.

Is een ondernemer bevoegd de als gevolg van de tariefsverhoging meer verschuldigde btw te verhalen op de afnemer van de prestatie?
Ja, de ondernemer heeft een wettelijke bevoegdheid om de extra verschuldigde btw terug te vorderen van de afnemer van de prestatie. Dit geldt ook als de afnemer een particulier is.

Een ondernemer verricht een doorlopende prestatie die is aangevangen vóór 1 oktober 2012 en eindigt na 30 september 2012. De ondernemer zal pas in oktober 2012 een factuur uitreiken voor zowel het deel van de prestatie dat voor 1 oktober 2012 (19%) als voor het deel van de prestatie dat na 30 september 2012 (21%) plaatsvindt. Het softwarepakket van de ondernemer is niet ingericht op een dergelijke wijze van factureren. Mag de ondernemer in één envelop twee facturen aan de afnemer van de prestatie uitreiken? Eén volgens het huidige factureringssysteem tegen 19% en één aanvullende factuur met de extra verschuldigde btw van 2%.
Ja, dit is toegestaan onder de voorwaarde dat op de oorspronkelijke factuur enerzijds en op de aanvullende factuur anderzijds een verwijzing naar de andere factuur is opgenomen. De twee facturen samen vormen dan de voor de prestatie voorgeschreven factuur. De ondernemer kan ook gebruik maken van de praktische tegemoetkoming zoals opgenomen in vraag en antwoord 4.

Kunnen ondernemers met de Belastingdienst praktische afspraken maken over de uitvoering van het overgangsrecht?
Ja, ondernemers kunnen waar nodig hierover praktische afspraken maken met hun competente inspecteur van de Belastingdienst.

Geldt de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen ook voor ondernemers die nieuwbouwwoningen leveren die ingevolge een vóór 28 april 2012 gesloten overeenkomst in opdracht zijn vervaardigd onder terbeschikkingstelling van stoffen, waaronder grond is begrepen en die na 30 september 2012 in gebruik worden genomen (integratielevering)?
Ja, de overgangsregeling voor aangekochte nieuwbouwwoningen geldt ook voor integratieleveringen. Hierbij kunnen twee situaties worden onderscheiden.

Situatie A
Een woningcorporatie heeft op grond van een vóór 28 april 2012 gesloten overeenkomst een aannemer de opdracht gegeven een aantal nieuwbouwwoningen te bouwen. De woningcorporatie stelt eigen grond ter beschikking aan de aannemer voor de bouw van deze woningen. De woningen worden vóór 1 oktober 2013 geleverd en in gebruik genomen door de woningcorporatie. In dit geval mag de aannemer tegen het 19%-tarief factureren aan de woningcorporatie. De (integratie)levering door de woningcorporatie is ook belast tegen het 19%-tarief.

Situatie B
Een woningcorporatie heeft op grond van een vóór 28 april 2012 gesloten overeenkomst een aannemer de opdracht gegeven een aantal nieuwbouwwoningen te bouwen. De woningcorporatie stelt eigen grond ter beschikking aan de aannemer voor de bouw van deze woningen. De woningen worden op 1 januari 2014 geleverd en in gebruik genomen door de woningcorporatie. In dit geval mag de aannemer de termijnen die op grond van de gesloten overeenkomst zijn vervallen vóór 1 oktober 2013 factureren tegen het 19%-tarief aan de woningcorporatie. Op de termijnen die vervallen na 1 oktober 2013 is het 21%-tarief van toepassing.
Voor de (integratie)levering door de woningcorporatie geldt dezelfde knip. Het 19%-tarief geldt voor de termijnen die op grond van de gesloten overeenkomst vóór 1 oktober 2013 zijn vervallen
(inclusief de in de vergoeding begrepen kosten van de vóór die datum ter beschikking gestelde stoffen). Op de termijnen die vervallen na 1 oktober 2013 is het 21%-tarief van toepassing.

Zijn hiermee uw vragen nog niet beantwoord, schroom dan niet om contact op te nemen.

Zie als bijlage het verzamelbesluit 2012.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 29 november 2011 arrest gewezen over de vraag of en onder welke voorwaarden Nederland belasting mag heffen ter gelegenheid van het verplaatsen van de feitelijke bestuurszetel vanuit Nederland naar een andere lidstaat (National Grid Indus BV).

Dit besluit beoogt, vooruitlopend op wetgeving, de uitvoeringspraktijk in overeenstemming te brengen met de voormelde beslissing van het Hof. Dit besluit betreft de invordering van aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting waarin een heffingscomponent zit die verband houdt met het bepaalde in de artikelen 3.60 en 3.61 van de Wet IB 2001 of de artikelen 15c en 15d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Uw administratie zelf boeken of compleet uitbesteden

Eersteklas advisering, een gesprekspartner die kritisch met u meedenkt. We werken met een aantal online administratiesystemen, waar u indien gewenst zelf op elk moment kunt inloggen. Zorg dat u op de hoogte bent van uw onderneming.
OFFERTE OPVRAGEN
mail@herafinance.nl

HeRa Finance

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram